
de Volkskrant
10 mei 2014 zaterdag
Section: Halfberliner; Blz. 5
 RONALD VELDHUIZEN
Wat werd afgelopen week beweerd? Eerstejaarsstudenten maken veel taalfouten, maar een simpele training doet wonderen. Wat zegt de wetenschap? Foutjes turven is té makkelijk. 
Eerstejaarsstudenten zijn altijd de pineut. Vers van de middelbare school vormen ze de ideale graadmeter: zijn de oud-scholieren klaargestoomd voor het hoger onderwijs? 

In elk geval niet wat schrijfvaardigheid betreft, concluderen Anouk van Eerden en Mik van Es in het proefschrift waarmee ze deze week promoveerden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hbo'ers maken 81 fouten per A4'tje en universitair studenten de helft daarvan. Is dat even schrikken. Gelukkig komen de twee onderzoekers met een redmiddel: een nieuwe computertraining die het aantal schrijffouten met 20 procent verlaagt. 

Dus hup, alle eerstejaarsstudenten als de wiedeweerga aan deze computertraining? 

Niet zo snel. Hoewel Van Es in het Groningse persbericht doet voorkomen dat alle eerstejaarsstudenten slecht schrijven en dus zo'n training nodig hebben, blijkt de zaak anders te liggen. 

Om te beginnen: de onderzoekers hebben de teksten van slechts 20 hbo-studenten en 10 universiteitsstudenten op fouten nagespeurd. Van maar twee opleidingen. Dat zegt niet zo veel. Je kunt net zo goed een dwarsdoorsnee van de Amsterdamse bevolking proberen te krijgen door de eerste tien mensen te turven die een willekeurige HEMA binnenwandelen. 

Afijn, een dwarsdoorsnee of niet: hoe rampzalig waren de teksten eigenlijk? Hoe zit het met die 81 fouten per A4'tje? De teksten in de studie vulden gemiddeld nog niet eens een half velletje papier en waren soms zelfs niet langer dan een kwart A4'tje. En laat de kortste teksten nou het hoogste aantal fouten bevatten. In plaats van daarmee rekening te houden, telden Van Eerden en Van Es het hogere foutenaantal van de korte teksten gewoon mee om uitspraken te doen over de fouten op een compleet A4'tje. Terwijl de kortere teksten misschien wel heel anders van aard zijn. 

Wouter van Joolingen, hoogleraar didactiek van wiskunde en natuurwetenschappen aan de Universiteit Utrecht, verbaast zich over die werkwijze. 'Door de gebruikte methode wordt het onderzoek nietszeggend. Het is vreemd dat dit als promotie door kan gaan.' 

Dan is er nog het trainingsprogramma dat Van Eerden en Van Es opvoeren als de redding van studentenschrijfvaardigheid. Het is niet bepaald spectaculair. Een computertraining van twintig uur bracht het aantal fouten met 20 procent omlaag. De winst, omgerekend per A4'tje, is 62 fouten in plaats van 81. Een vooruitgang misschien, maar niet iets om over naar huis te schrijven. 

Mocht de training toch sterkere verbeteringen opleveren, dan is het de vraag of studenten daar überhaupt iets aan hebben. 'Het kan me - bij wijze van spreken - geen moer schelen of studenten wat minder formele fouten in een tekst maken', zegt Huub van den Bergh, hoogleraar taalvaardigheidsonderwijs aan de Universiteit Utrecht. 'Schrijven houdt in dat je je gedachten helder op papier weet te formuleren. Dat is een andere vaardigheid, die niet te vatten is in makkelijk te tellen taalfouten.' 

Het zal niemand verbazen dat Van den Bergh vindt dat er meer structurele aandacht voor schrijfvaardigheid moet bestaan. Zowel op de middelbare school als op vervolgopleidingen. 'We weten al jaren hoe taalonderwijs beter kan', zegt hij. 'Alleen we doen het gewoon niet.' 

Dat klinkt als een bekende boodschap en dat is het misschien ook. Zorgen over de schrijfvaardigheid van studenten zijn van alle tijden en het onderzoek ernaar loopt al jaren. Dat is precies waar het volgens Van den Bergh bij het proefschrift misgaat: het lijkt alsof de Groningse onderzoekers het al bestaande schrijfonderzoek hebben genegeerd. 'Het is een schoolvoorbeeld van slecht lezen en selectief winkelen', concludeert de hoogleraar. 
Na koffie gedronken te hebben, begon het Groot Dictee (Eerste zin Groot Dictee 2013 van Kees van Kooten). 

 
lllustratie Leonie Bos
